Algemene Toelichting Begrotingsopmaak 2019

INLEIDING EN NETTO-BELEIDSRUIMTE

Inleiding

Er zijn cijfers en cijfers. Reeds in ons prille bestaan leren we ze optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen. Later leren we dat er veel betekenis achter schuil gaat. Ze vertalen onze middelen, onze dromen, onze ambities.

Dat geldt ook voor een begroting: op het eerste zicht is de begroting een lijvig cijferboek. Maar de cijfers in een begroting hebben een kapitale betekenis. Ze vatten de middelen van een overheid samen. Ze indiceren de ambities van een regering. Ze vertellen ons hoe het beleid het komende jaar vorm zal krijgen. Beleid dat leidt tot vooruitgang, welvaart en welzijn.

Ook deze Vlaamse begroting voor 2019 vertaalt concreet hoe Vlaanderen onophoudelijk investeert in een land met kansen en ambitie, met een gezonde economie en een toekomst voor onze kinderen.

Albert Einstein stelde dat het leven is zoals rijden op een fiets: om je evenwicht te behouden moet je in beweging blijven. Als de trappers stil vallen, dan valt de fiets om. Dan geen vooruitgang meer dus, maar stilstand. Deze metafoor geldt ook voor de begroting. Het beleid moet voortdurend vooruit om de welvaart te verbeteren. De beleidsinitiatieven worden in deze begroting tastbaar via de budgetten die er voor uit getrokken worden. En u zal zo meteen zien dat Vlaanderen ook in 2019 niet zal stil staan, maar integendeel ook voor het laatste regeringsjaar belangrijke beleidsplannen zal initiëren.

Maar ook het evenwicht uit het citaat van Einstein is belangrijk voor de begroting. Ontsporende tekorten bedreigen de economische vooruitgang en leiden tot meer publieke schuld. Schuld, die deze en latere generaties zullen moeten terugbetalen en hun welvaart en koopkracht zullen reduceren.

Vlaanderen beseft dit als geen ander. Reeds 3 jaar op rij legt deze regering een begroting in evenwicht voor. En daar zijn we trots op. We zijn ambitieus en investeren elk jaar significante bedragen in onderzoek en ontwikkeling, in welzijn, in onderwijs en in infrastructuur, maar we waken er ook over dat de balans tussen uitgaven en ontvangsten klopt.

De Vlaamse fiscaliteit verder vorm geven

Wat de ontvangsten betreft leggen we andermaal een gezond bilan voor. Ook in 2019 zijn de gewestelijke financiën onder controle. Voor de gewestbelastingen is dit een bijzonder jaar en wel om 2 redenen: enerzijds zullen belangrijke fiscale hervormingen op kruissnelheid komen; anderzijds zal de laatste groep van gewestbelastingen, die tot nu nog federaal geïnd werd, voortaan ook door Vlaanderen bepaald en geïnd worden.

Wat de hervormingen betreft verwijzen we in eerste instantie naar de registratierechten.

In 2019 zullen de effecten van de verlaging van het tarief voor de aankoop van een gezinswoning naar 7% pas goed duidelijk worden op de woningmarkt. Het verwerven van een eigen woning wordt verder gefaciliteerd door de toekenning van 5.600 euro belastingvrijstelling voor woningen met een verkoopprijs tot 200.000 euro (220.000 euro in de kernsteden en de gemeenten van de Vlaamse Rand). De invoering van het tarief van 6 %, dat geldt wanneer een koper van een gezinswoning over gaat tot ingrijpende energetische renovatie, is expliciet gericht op het verder verbeteren van de energie-efficiëntie van het woningbestand. Verder stemde de Vlaamse regering in met een tarief van 7% voor woningen die via een sociaal verhuurkantoor verhuurd worden voor een termijn van minstens 9 jaar. De doelstelling hier is expliciet het tekort aan private panden op de huurmarkt te reduceren. Ten slotte werd een tarief van 1% van toepassing op beschermde monumenten die worden aangekocht als gezinswoning en waaraan de nodige instandhoudingswerken worden gedaan. Aan de meeneembaarheid werd niet geraakt, maar het vaak als onrechtvaardig aangevoelde klein beschrijf is voortaan verleden tijd en vervangen door een veel billijkere koopbelasting. Budgettair zal deze belangrijke hervorming geen sporen nalaten in de begroting, omdat ze budgetneutraal geconcipieerd werd.

Dat laatste geldt niet voor de hervorming van de erfbelasting, die vanaf 2019 een verlaging van de belasting met 98 miljoen euro vertegenwoordigt. Deze budgettaire impact vloeit voort uit een reeks van decreetswijzigingen die opnieuw tot doel hebben de belasting billijker te maken. Daarnaast zijn ze ook het gevolg van een aanpassing van de belasting aan het nieuwe federale erf- en huwelijksvermogensrecht.

In concreto is het toptarief van 65% voor verervingen in de zijlijn (o.m. broers en zussen, neven en nichten en niet-bloedverwanten) afgeschaft en is er een nieuw tarief van 25% ingevoerd waardoor de belastingdruk voor de erfgenamen significant daalt. Ook in de rechte lijn werd gestreefd naar een meer maatschappelijk aanvaardbare belasting. Zo zal voortaan – naast de gezinswoning – ook de eerste 50.000 euro van de netto roerende verkrijgingen vrijgesteld zijn. Kinderen jonger dan 21 jaar die beide ouders verloren hebben, dienen sinds 1 september 2018 geen erfbelasting meer te betalen op de vererfde gezinswoning én op de eerste 75.000 euro roerende verkrijgingen. Tenslotte werd de erfenissprong en de erfovereenkomsten fiscaal gefaciliteerd.

2019 is andermaal een belangrijk jaar voor de Vlaamse fiscale autonomie. Vanaf 1 januari zal Vlaanderen zelf instaan voor de bepaling, heffing, inning en nazorg van de belasting op de automatische ontspanningstoestellen en de belasting op de spelen en weddenschappen. Deze overname impliceert evident een traject van integratie van federaal personeel en van aanpassingen aan de IT-omgeving. Vlaanderen heeft evenwel meteen ook gebruik gemaakt van haar fiscale autonomie om een aantal heffingen uit deze categorie af te schaffen en andere te wijzigen. Het is dus duidelijk dat Vlaanderen ook op dit gebied niet stil gezeten heeft maar – weliswaar zonder het budgettaire doel uit ogen te verliezen – fors op de pedalen is gaan staan om haar eigen fiscaliteit vorm te geven.

Hoewel de gewestbelastingen in 2019 reeds 6,76 miljard van de 45 miljard ontvangsten vertegenwoordigen, blijft de begroting nog steeds erg gevoelig voor wijzigingen in de middelen uit de bijzondere financieringswet (BFW).

Voor 2019 stellen we vast dat de gewestelijke opcentiemen in de personenbelasting en de federale dotaties gevoelig zijn toegenomen. Anderzijds, derft Vlaanderen in 2019 voor 572,3 miljoen aan middelen ten gevolge van de federale taks shift. Net als in andere jaren wordt deze belastingverlaging niet tegen gedraaid via een verhoging van de gewestelijke opcentiemen. De Vlaamse regering wenst de beoogde koopkrachtverhoging en jobcreatie immers ten volle te ondersteunen.

Woord houden

Meer middelen dus in 2019 en andermaal een ambitieus bestedingsprogramma! Vlaanderen maakt haar belofte waar en blijft fors investeren. Zo wordt opnieuw 654 miljoen euro gealloceerd voor nieuwe investeringen in mobiliteit en openbare werken, scholenbouw, zorginfrastructuur, het bedrijfsleven, …

In 2019 stijgen de beleidskredieten verder recurrent met 578,8 miljoen. Deze bijkomende middelen zijn voornamelijk bestemd voor Welzijn (+200 miljoen euro) en Onderzoek & Ontwikkeling (+280 miljoen euro).

Als Vlaamse Regering houden we dan ook woord. Net als bij de infrastructuurinvesteringen, maken we de belofte om ook in deze 2 domeinen voor 500 miljoen euro aan nieuw beleid te initiëren, waar.

Bovenop deze engagementen heeft de Vlaamse regering nog 85,8 miljoen euro uitgetrokken voor eenmalige beleidsinitiatieven in 2019. Deze middelen zullen onder meer aangewend worden voor een eenmalige injectie in het basis- en kleuteronderwijs, de aankoop van groene bussen en de invoering van een Vlaamse sloop- en heropbouwkorting met als doel de sloop en heropbouw van energie-inefficiënte woningen te ondersteunen.

De regering heeft niet alleen voor 2019 een gezonde begroting voorgelegd, maar heeft ook de beleidsruimte voor de volgende regering zoveel mogelijk gerespecteerd. De nieuwe beleidsimpulsen die mogelijk zijn door de toegenomen middelen, hebben voor een substantieel deel een eenmalig karakter. Daardoor leggen ze geen onverantwoorde hypotheek op de toekomstige beleidsmarge.

Een terugblik

Deze begroting is de laatste van deze legislatuur. Tijd dus om de balans op te maken en het pad te evalueren dat de Vlaamse overheid sinds 2014 heeft afgelegd. Soms spreken beelden meer dan woorden en daarom dus onderstaande grafiek 1-1.

Grafiek 1-1. Uitvoeringscijfers 2014-2017

Deze illustreert hoe we in Vlaanderen systematisch inspanningen hebben gedaan om de overheidsfinanciën te saneren. Van een tekort van meer dan een half miljard in 2014, slaagde deze regering erin het tij te keren en vanaf 2017 een begroting in evenwicht voor te leggen. Dit is een bijzondere evolutie, wetende dat tegelijkertijd voor 1,5 miljard euro aan nieuw beleid werd geïnitieerd, meer dan een half miljard aan belastingverlaging omwille van de tax shift op de begroting werd genomen en tevens een bijdrage in de sanering van de globale overheidsfinanciën van 1,5 miljard werd verwerkt. Tegelijk werden gerichte maatregelen genomen om de schuldpositie onder controle te houden én een netto-actiefpositie te behouden, waarbij de financiële activa de Vlaamse schulden overtreffen.

We kunnen dus besluiten dat de Vlaamse regering Einsteins visie vorm gegeven heeft en wel degelijk flink door gefietst heeft op het pad naar meer welvaart en vooruitgang zonder daarbij het budgettaire evenwicht uit het oog te verliezen.

Opzet tabel netto-beleidsruimte

Een grondige analyse van de begrotingsdocumenten laat de lezer in principe toe om na te gaan met welke (budgettaire) uitdagingen de Vlaamse overheid geconfronteerd wordt naar aanleiding van een begrotingsronde en hoe hierop wordt ingespeeld. Door de omvang van deze informatie is dat echter niet eenvoudig. Daarom heeft de Vlaamse Regering de voorbije jaren de traditie opgebouwd om in de algemene toelichting de essentie hiervan samen te vatten in de tabel netto-beleidsruimte.

Opzet van die tabel is voornamelijk om het onderscheid te maken tussen enerzijds de evoluties bij ongewijzigd beleid en anderzijds de maatregelen of nieuwe beleidsinitiatieven die de Vlaamse Regering neemt naar aanleiding van een begrotingsronde.

Een belangrijke meerwaarde van die tabel is dan ook om aan te geven welk vorderingensaldo de Vlaamse begroting zou vertonen bij ongewijzigd beleid. Indien dat vorderingensaldo positiever is dan de vooropgestelde begrotingsdoelstelling, dan beschikt de Vlaamse Regering over een netto-beleidsruimte die kan ingevuld worden met nieuwe beleidsinitiatieven of kan de Vlaamse Regering beslissingen nemen die leiden tot minder ontvangsten. Wanneer in het omgekeerde geval het ongewijzigd beleid tot gevolg heeft dat het vorderingensaldo onder de vooropgestelde doelstelling ligt, dient de Vlaamse Regering maatregelen te nemen (schrappen van bepaalde kredieten of voorzien van extra ontvangsten) om de beoogde begrotingsdoelstelling te realiseren. Ook dat wordt in de tabel netto-beleidsruimte apart opgenomen.

Tabel 1‑1: Samenvattende tabel netto-beleidsruimte (in miljoen euro)

Saldo t.o.v. evenwichtsdoelstelling BA 2018 (1) 4,7
Uitgaven buiten begrotingsdoelstelling (2) 1.218,2
Vorderingensaldo BA2018 (3=1-2) -1.213,5
Evolutie ongewijzigd beleid (4 =a-b+c+d) 1.756,7
Ontvangsten (a) 2.470,7
Uitgaven (b) 1.273,6
ESR-correcties(c) 492,5
Onderbenutting (d) 67,1
Vorderingensaldo BO 2019 bij ongewijzigd beleid (5=3+4) 543,2
Correcties aftoetsing begrotingsdoelstelling (6) 134,8
Netto-beleidsruimte (7=5+6) 678,0
Uitbreiding netto-beleidsruimte met extra ontvangsten (8) 0,0
Invulling netto-beleidsruimte (Nieuw Beleid) (9) 678,0
Saldo t.o.v. evenwichtsdoelstelling BO 2019 (10=7+8-9) 0,03
Vorderingensaldo BO 2019 (11=10-6) -134,8

Tabel 1‑1 geeft aan hoe het saldo ten opzichte van de de evenwichtsbegroting geëvolueerd is van begrotingsaanpassing 2018 (4,7 miljoen euro) naar begrotingsopmaak 2019 (0,03 miljoen euro). Om voor de begrotingsaanpassing 2018 over te stappen van de evenwichtsbegroting naar het vorderingensaldo, dienen zowel de bouwkosten voor de Oosterweelverbinding, de investeringen voor ziekenhuisinfrastructuur van vóór de bevoegdheidsoverdracht maar die op de begroting 2018 zullen wegen, de schuldovername door de Gemeenten en de negatieve afrekening van de middelen uit de Bijzondere Financieringswet in 2018 toegevoegd te worden. Die uitgaven werden bij de begrotingsaanpassing geraamd op 1.218,2 miljoen euro. Het geraamd vorderingentekort bij begrotingsaanpassing 2018 bedroeg dus -1.213,5 miljoen euro.

Om na te gaan over welke beleidsruimte de Vlaamse Regering naar aanleiding van de begrotingsopmaak 2019 beschikte, moet men vertrekken van dit resultaat en in eerste instantie de impact van het ongewijzigd beleid berekenen.

Naar aanleiding van de begrotingsopmaak 2019 raamt de Vlaamse Regering dat het vorderingensaldo verbetert met 1.756,7 miljoen euro bij ongewijzigd beleid (lijn 4). Indien er geen maatregelen of nieuwe initiatieven genomen zouden worden, zou dit met zich meebrengen dat er in 2018 een vorderingenoverschot van 543,2 miljoen euro zou zijn.

Net zoals bij de begrotingsaanpassing 2018 het geval was, worden er een aantal correcties toegepast op het vorderingensaldo om na te gaan of de evenwichtsdoelstelling gerespecteerd wordt. In 2019 zijn de bouwuitgaven voor Oosterweel (134,8 miljoen euro) het enige verschil tussen vorderingensaldo en evenwichtsdoelstelling. De overige componenten waarvoor in 2018 nog moest gecorrigeerd worden, zijn niet meer opgenomen in de begroting 2019 en er moet dan ook geen correctie meer voor gebeuren. Om na te gaan over welke beleidsruimte de Vlaamse Regering beschikte bij ongewijzigd beleid, dient het vorderingenoverschot dus verhoogd te worden met 134,8 miljoen euro. Hiermee rekening houdend, beschikte de Vlaamse Regering dus over een netto-beleidsruimte van 678 miljoen euro.

Naar aanleiding van de begrotingsopmaak 2019 is de beleidsruimte niet uitgebreid door nieuwe maatregelen te voorzien. De beschikbare netto-beleidsruimte werd quasi volledig ingevuld met nieuw beleid, waardoor er een overschot is van 30 duizend euro ten opzichte van de evenwichtsdoelstelling.

Vertaald naar het vorderingensaldo, leidt dit tot een vorderingentekort van 134,8 miljoen euro.

In de volgende delen van dit hoofdstuk wordt eerst ingegaan op de verschillende factoren van ongewijzigd beleid. Vervolgens komen de maatregelen en nieuwe initiatieven aan bod. Ten slotte wordt de volledige tabel netto-beleidsruimte opgenomen, waarbij de belangrijkste evoluties bij ongewijzigd beleid opgenomen zijn evenals een gedetailleerde tabel van de nieuwe kredieten.

Bij de lectuur van dit hoofdstuk mag niet uit het oog verloren worden dat de informatie die hier opgenomen is enkel tot doel heeft om de belangrijkste evoluties te tonen. De tabel netto-beleidsruimte is in die zin een managementsamenvatting van de begroting die altijd samen moet gelezen worden met de andere hoofdstukken van de algemene toelichting én met de toelichtingen per programma. In Tabel 1‑4 wordt wel telkens een verwijzing naar het programma of naar de betrokken instellingen opgenomen om zo de link met andere informatie te vereenvoudigen.

Evoluties bij ongewijzigd beleid

De tabel netto-beleidsruimte geeft in eerste instantie weer hoe de kredieten evolueren bij ongewijzigd beleid (1.756,7 miljoen euro, zie rij 4 van Tabel 1‑1).

Zowel aan ontvangsten- als uitgavenzijde evolueren de kredieten bij elke begrotingsronde door de gewijzigde situatie of door aangepaste ramingen van de achterliggende kostendrijvers.

De actualisatie van de ESR-correcties (zie hoofdstuk 5 voor meer informatie) en de raming van de onderbenutting (zie hoofdstuk 6) worden ook meegenomen onder ongewijzingd beleid.

Tabel 1‑2: Samenvattende tabel ongewijzigd beleid (in duizend euro)

Ontvangsten bij ongewijzigd beleid (1) 2.470.653
Ontvangsten MVG 2.336.617
Uitbreiding perimeter 371
Overige ontvangsten instellingen 133.665
Uitgaven bij ongewijzigd beleid (2) 1.273.599
Index 444.747
Actualisatie beleids- en betaalkredieten 828.417
Aanpassing consolidatieperimeter 435
ESR-correcties (3) 492.521
Onderbenutting (4) 67.144
Evolutie ongewijzigd beleid (5=1-2+3+4) 1.756.719

De ontvangsten nemen toe met 2.470,7 miljoen euro. Voor 2.337 miljoen euro is dit het gevolg van bijkomende ontvangsten van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap.

Deze sterke toename is in belangrijke mate het gevolg van het wegvallen van de eenmalige negatieve herrekening in 2018 met betrekking tot de opcentiemen, waardoor de ontvangsten in 2018 met ruim 1 miljard euro verminderd werden (zie ook in het hoofdstuk over de middelenbegroting). In vergelijking met 2018 nemen de ontvangsten hierdoor alleen al toe met 1.005,7 miljoen euro. Aangezien deze herrekening in 2018 gecorrigeerd werd voor de berekening van de evenwichtsdoelstelling, geeft deze toename geen aanleiding tot extra netto-beleidsruimte. Indien hiermee geen rekening gehouden wordt, nemen de ontvangsten van het MVG toe met 1.331 miljoen euro. In het middelenhoofdstuk wordt dieper ingegaan op de ontvangstenevolutie.

Door de uitbreiding van de consolidatieperimeter nemen de ontvangsten toe met 371 duizend euro. Het gaat om de eigen ontvangsten van 3 nieuwe instellingen, namelijk Flanders District of Creativity, de Holding Wetenschapspark Waterschei en de DAB Frans Masereel. Dit is echter quasi neutraal voor het vorderingensaldo, omdat ook de uitgaven hierdoor toenemen.

De overige ontvangsten van de instellingen nemen toe met 133,7 miljoen euro. Deze evolutie wordt meer gedetailleerd toegelicht in het middelenhoofdstuk.

De uitgaven nemen bij ongewijzigd beleid toe met 1.273,6 miljoen euro. Deze evolutie splitsen we in de tabel netto-beleidsruimte verder op in 3 categorieën:

– Index

– Actualisatie beleids- en betaalkredieten

– Aanpassing consolidatieperimeter

Een eerste belangrijke categorie van ongewijzigd beleid is de toepassing van de afspraken met betrekking tot de indexparameters, zowel voor de loonkredieten als voor de werkingskredieten. Toepassing van de aangepaste inflatieparameters leidt tot een toename van de uitgaven met 444,7 miljoen euro.

De tweede categorie valt onder de noemer “Actualisatie beleids- en betaalkredieten” en bevat de wijzigingen die het gevolg zijn van een gewijzigde raming van de kredieten, voor zover ze niet het gevolg zijn van de gewijzigde indexparameters of van herverdelingen (compensaties). Aangezien deze laatste neutraal zijn voor de netto-beleidsruimte worden ze immers niet opgenomen in de tabel.

In 2019 zijn er binnen deze categorie, naast de evolutie die zich elk jaar voordoet, twee specifieke factoren die een grote impact hebben op de actualisatie van de beleids- en betaalkredieten: een overflow-impact en het wegvallen van eenmalige impulsen die in 2018 toegekend waren.

 

Wat de overflow betreft gaat het om 582 miljoen euro die in de begroting opgenomen moeten worden, maar die niet ten laste valt van 2019 om het vorderingensaldo te berekenen. De reden hiervoor is voornamelijk dat er omwille van een gewijzigde manier van aanrekenen van de kredieten in de begroting 2019 niet enkel voor de prestaties van 2019 aangerekend zal worden, maar ook deels voor prestaties die betrekking hebben op 2018. In overleg met het Instituut van de Nationale Rekeningen is afgesproken om hiervoor een correctie door te voeren, waardoor deze overflow geen impact heeft op het vorderingensaldo. Deze kredieten worden opgenomen in de begroting, maar worden geneutraliseerd voor de berekening van het vorderingensaldo (en dus de beleidsruimte) via de ESR-correcties (zie hoofdstuk 5 voor meer informatie).

De tweede factor is het feit dat er bij 2018 voor 402,6 miljoen euro eenmalige kredieten voorzien waren, deels bij begrotingsopmaak en deels bij begrotingsaanpassing. Doordat deze kredieten niet meer voorzien worden in 2019, vermindert de evolutie van de kredieten met dit bedrag.

Indien geen rekening gehouden wordt met deze twee factoren, nemen de betaalkredieten bij begrotingsopmaak 2019 toe met 649 miljoen euro bij ongewijzigd beleid (exclusief index), zijnde 828,4 miljoen euro, verminderd met de overflow (- 582 miljoen euro) en ook gecorrigeerd voor de eenmalige factoren (+ 402,6 miljoen euro, zie detailtabel netto-beleidsruimte).

Ook de toename van de uitgaven bij de instellingen omwille van hogere eigen ontvangsten bij de instellingen, wordt in deze categorie meegenomen. Aangezien de toegenomen ontvangsten in principe volledig omgezet worden naar bijkomende uitgaven, is een belangrijk deel van de uitgavenevolutie bij ongewijzigd beleid het gevolg van de toegenomen ontvangsten bij de instellingen.

Een derde en laatste categorie binnen de uitgavendynamiek bij ongewijzigd beleid, betreft een aanpassing van de kredieten omwille van de uitbreiding van de consolidatieperimeter. Zoals reeds aangegeven bij de bespreking van de ontvangsten dynamiek, is de impact hiervan bij begrotingsopmaak 2019 beperkt. De uitgaven (435 duizend euro) stijgen hierdoor wel iets meer dan de ontvangsten (371 duizend euro), wat een beperkte negatieve impact heeft op de beleidsruimte (64 duizend euro).

Deze toename van de uitgaven bij ongewijzigd beleid met 1.273,6 miljoen euro heeft een negatieve impact op de netto-beleidsruimte. Een toename van de uitgavenkredieten leidt immers tot een verslechtering van het vorderingensaldo.

Naast een aanpassing van de ontvangsten- en uitgavenraming bij ongewijzigd beleid, worden ook de ESR-correcties bij elke begrotingsronde geactualiseerd. Dit heeft een positieve impact op het vorderingensaldo van 492,5 miljoen euro, voornamelijk ingevolge de correcties voor de overflow.

De ESR-correcties worden verder besproken in hoofdstuk 5.

Ten slotte moet bij elke begrotingsronde ook de onderbenuttingshypothese opnieuw geraamd worden. Zoals toegelicht in hoofdstuk 6 neemt de geraamde onderbenutting ten opzichte van de begrotingsaanpassing 2018 toe met 67 miljoen euro. Dit heeft een positieve impact op het vorderingensaldo.

Maatregelen en Nieuwe initiatieven

Op basis van het ongewijzigd beleid zou de begroting een vorderingenoverschot optekenen van 543,2 miljoen euro. Na correcties voor de evenwichtsdoelstelling beschikt de Vlaamse Regering over een netto-beleidsruimte van 678 miljoen euro.

Tabel 1‑3: Samenvattende tabel maatregelen en nieuwe initiatieven (in duizend euro)

Maatregelen (1=2+3) 0
Ontvangsten (2) 0
Uitgaven (3) 0
Buffer en Nieuwe initiatieven (4=5+6) 678.000
Ontvangsten (5) 0
Uitgaven (6) 678.000
Bijkomende investeringsinspanning 13.400
Recurrent bijkomend beleid 578.800
Eenmalige beleidsimpulsen 2019 85.800
Aanpassing netto-beleidsruimte (7=1-4) -678.000

Naar aanleiding van de begrotingsopmaak 2019 zijn geen extra maatregelen genomen om de beleidsruimte te doen toenemen.

De invulling van deze netto-beleidsruimte verloopt bij de begrotingsopmaak integraal aan uitgavenzijde. In eerste instantie wordt er een bijkomende investeringsinspanning voorzien, waarvan de impact op de betaalkredieten 13,4 miljoen euro bedraagt. Uitgedrukt in beleidskredieten gaat het om 54 miljoen euro, waardoor er in 2019 voor 654 miljoen extra investeringen kunnen gedaan worden in vergelijking met het begin van de legislatuur.

Daarnaast worden er voor 578,8 miljoen extra kredieten ingeschreven in de begroting 2019 die ook de komende jaren aangehouden zullen worden (recurrent).

Ten slotte worden er nog voor 85,8 miljoen eenmalige kredieten opgenomen in begroting.

De gedetailleerde tabel netto-beleidsruimte bevat de lijst met de belangrijkste elementen van deze nieuwe initiatieven en in de toelichtingen per programma is meer informatie opgenomen over deze nieuwe initiatieven.

Detailtabel netto-beleidsruimte

De detailtabel netto-beleidsruimte bevat de lijst van de belangrijkste factoren die de evolutie van de Vlaamse ontvangsten en uitgaven bepalen, opgedeeld naar ongewijzigd beleid en nieuwe initiatieven zoals hiervoor toegelicht.

De eerste kolom bevat een verwijzing naar het betrokken beleidsdomein. De tweede kolom bevat, voor zover relevant, een verwijzing naar het programma of de instelling waar de evolutie zich voordoet. Indien het gaat om factoren die zich over beleidsdomeinen heen voordoen, wordt dit aangegeven door een “X”. De derde kolom omschrijft waarover het gaat. Voor een meer gedetailleerde toelichting verwijzen we naar de toelichtingen per programma.

Voor een goed begrip van de tabel is het wel belangrijk om nog eens te herhalen dat de herverdelingen, zowel binnen een beleidsdomein als over de beleidsdomeinen heen, niet opgenomen zijn in de tabel. De tabel netto-beleidsruimte heeft niet tot doel om de evolutie per programma of instelling integraal weer te geven, het gaat enkel om de evoluties die een impact hebben op de netto-beleidsruimte van de Vlaamse overheid in zijn geheel.

De bedragen in deze tabel geven het verschil met de beschikbare kredieten ten opzichte van de begrotingsaanpassing 2018 weer (evolutie) en niet de absolute bedragen die beschikbaar zijn.

Tabel 1‑4: Detailtabel netto-beleidsruimte (in duizend euro)

BD PR/Instelling Beleids-kredieten Betaal-kredieten
Evenwichtsbegroting BA2018 (1) 4.673
Uitgaven buiten beschouwing te laten voor aftoetsen begrotingsdoelstelling (2) 1.218.175
Vorderingensaldo BA2018 (3=1-2) -1.213.502
Evolutie ontvangsten ongewijzigd beleid (4) 2.470.653
Ontvangsten MVG (4.1) 2.336.617
BFW opcentiemen 217.957
Gewestmiddelen BFW 84.047
Herrekening 2018 (buiten norm) 1.005.074
Gemeenschapsmiddelen BFW 788.594
Gewestelijke belastingen 202.238
Energiefonds -84.341
Klimaatfonds 112.281
Fonds Justitiehuizen 5.653
Overige ontvangsten MVG 5.114
Aanpassing consolidatieperimeter (4.2) 371
Ontvangsten instellingen (4.3) 133.665
Universiteiten en Hogescholen 87.517
Vlaamse Waterweg 17.441
VMSW 8.439
Vlaams Energiebedrijf -12.751
Overige 33.019
Evolutie uitgaven ongewijzigd beleid (5) 1.364.621 1.273.599
Index (5.1) 448.849 444.747
C CB Indexprovisie (wegvallen provisie voor overschrijding spilindex in 2018 + verwachte overschrijding spilindex in december 2019) -81.880 -81.880
X Overige index (op kruissnelheid brengen overschrijding spilindex augustus 2018 + indexatie lonen buiten provisie aan 1,8%) 520.095 515.993
Buffer voor een mogelijke eerdere overschrijding spilindex (november 2019 i.p.v. december 2019) 10.634 10.634
Actualisatie beleids- en betaalkredieten (5.2) 915.337 828.417
X Asielcrisis 508 508
X Terugdraai eenmalige impulsen en buffer BO 2018 -202.599 -202.599
X Terugdraai eenmalige impulsen en buffer BA 2018 -200.000 -200.000
X Aanwending middelen klimaatfonds (toegewezen bij BA2016) -14.200 28.684
X Aanwending extra middelen klimaatfonds n.a.v. hogere emissieprijs 114.400 30.320
X ex-FFEU 0 2.804
X Opstap personeelsbesparingen -20.245 -20.245
X Uitgavenevolutie instellingen in functie van eigen ontvangsten 98.448 98.448
X Overflow 582.289 582.289
X Voorziene aanwending overgedragen kredieten MVG 129.952 0
C CE Wegvallen schuldovername gemeenten (buiten norm) -96.654 -96.654
C CA Overname inning belasting op kansspelen 7.897 7.897
C CB Stijging bijdragevoet aan de Pool der Parastatalen 5.389 5.389
C CB Endogene groei ambtenarenkorps 6.300 6.300
C CD Fiscale uitgaven (woon) -67.423 -67.423
C CD Fiscale uitgaven (werk) 11.557 11.557
C CE Rente 29.654 29.654
C Vlaams Fonds voor de Lastendelging Algemene rampen -75.044 -75.044
C Vlaams Fonds voor de Lastendelging VFLD schadedossiers 10.000 10.000
C Vlaams Fonds voor de Lastendelging Landbouwramp 2017 3.460 3.460
C Vlaams Fonds voor de Lastendelging Provisie VFLD-rampenfonds 27.500 27.500
E Fonds voor Flankerend Economisch en Innovatiebeleid Betaalkalender Hermesfonds 0 29.116
E Fonds voor Flankerend Economisch en Innovatiebeleid Carbon Leakage 2.168 2.168
E FWO Fluctuerende vastlegging Onderzoeksinfrastructuur -60.290 1.713
E Gigarant Gigarant -3.476 -3.476
F FG CAO XI 28.844 28.844
F FD Maatregelen directeurs BO 7.816 7.816
F FD Extra middelen t.g.v. aanpassingen M-decreet 16.587 16.587
F FD, FF, FG Loon- en werkingsmodel (overige) 116.439 95.386
F Universiteiten en Hogescholen Klikmechanisme Hoger Onderwijs 2019 24.681 24.681
F Universiteiten en Hogescholen Verlenging opleiding verpleegkunde 2.850 2.850
F Universiteiten en Hogescholen Integratiegroeipaden 2019 14.500 14.500
F Universiteiten en Hogescholen Opstap Integratie Hoger Onderwijs 4.900 4.900
F Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs Betaalkalender AGION 0 -6.746
F DBFM Scholen van Morgen Bouwuitgaven -24.573 -24.573
G GB Opstap VIA 5 28.427 28.427
G GF Natuurlijke groei gezinsbijslag 32.088 32.088
G GF Groeipad in het kader van hervorming gezinsbijslag tot het groeipakket 142.800 142.800
G Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden A1-A3 Ziekenhuisfinanciering -25.677 -25.677
G Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden Opstap Strategisch forfait ziekenhuizen 14.759 14.759
G Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden Betaalbehoefte klassieke financiering 0 5.632
G Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden Instandhoudingsforfait ziekenhuizen 2.798 2.798
G GH Uitbreiding woongelegenheden in woonzorgcentra 27.321 27.321
G GH Groeipad urencontingent gezinszorg 14.410 13.176
G Fonds Jongerenwelzijn Fonds Jongerenwelzijn 10.520 11.905
G GC Fonds Justitiehuizen 5.653 5.653
G Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap Weddedrift VAPH 7.497 7.497
H Agentschap Sport Vlaanderen Ruiterwerking Sport -11.471 0
H Fonds voor Culturele Infrastructuur Betaalkalender FOCI 0 -4.210
H VRT VRT-nieuwbouw 24.764 24.764
J JD Groei dienstencheques 51.272 51.272
J JD Doelgroepenbeleid -35.139 -36.062
J JD Netto-toename zorgkrediet 7.621 7.621
J JD Tweejaarlijkse sectorconvenants -12.054 -3.127
J JD Uitdoof jongerenbonus en startbaanovereenkomsten -6.891 -6.891
J JE SINE -4.597 -4.597
J JE Gesco’s sociale werkplaatsen -1.634 -1.634
J VDAB Werkings- en investeringsuitgaven -25.786 -12.125
M MD Bijstelling betaalkalender luchthaveninvesteringen 0 18.293
M MI Verwerving Hedwigepolder 0 -17.000
M MI Bijdrage Haven Gent in Sluis Gent-Terneuzen 25.669 25.669
M BAM Bouwkosten Oosterweel (buiten normering) 58.366 58.366
M BAM Bouwkosten Oosterweel (binnen normering) -1.016 -1.016
M De Vlaamse Waterweg De Vlaamse Waterweg 30.203 -9.653
M De Werkvennootschap Wegenbouwkundige werken (inclusief studies) 118.984 40.663
M Vlaamse Vervoermaatschappij De Lijn Parameters De Lijn 10.626 10.626
P PM Groeinorm Gemeente en Stedenfonds 95.732 95.874
P PK Investeringen vastgoed facilitair bedrijf -4.198 -13.873
P PK Provisie sectoraal akkoord ambtenaren 6.011 6.011
Q QE Aankoop Groene Stroom Certificaten (Energiefonds) -80.529 -80.529
Q QC Aquafinfactuur 2.508 2.508
V VE Kosten kabinetswissel 2.616 2.616
X Overige -77.951 31.861
Aanpassing consolidatieperimeter (5.3) 435 435
ESR-correcties (6) 492.521
Overflow 582.289
Correcties op basis van rapport Rekenhof -34.073
Ziekenhuisinfrastructuur A1/A3 -17.012
Sluis Terneuzen -72.763
Effect niet aangevraagde provisionele bedragen A1/A3 m.b.t. investeringen vóór 2016 (buiten normering) 40.000
Overige ESR-correcties -5.920
Onderbenutting (7) 67.144
Vorderingensaldo BO 2019 bij ongewijzigd beleid (8=3-4+5+6+7) 543.217
Correcties aftoetsing begrotingsdoelstelling (9) 134.813
Buiten normering Oosterweel (op basis van sluitend terugverdienmodel) 134.813
Netto-beleidsruimte (10 = 8+9) 678.030
Nieuwe Beleidsimpulsen (11 = 11.1 + 11.2 + 11.3) 718.600 678.000
Bijkomende investeringsinspanning (11.1) 54.000 13.400
F Onderwijs (150 miljoen euro) 10.000 5.000
E O&O & maatregelen bedrijfsleven (120 miljoen euro) 5.000 500
G Welzijn (140 miljoen euro) 25.000 2.500
H Sport (wegvallen specifieke impuls) -10.000 0
Q Onroerend erfgoed (30 miljoen euro) 10.000 1.000
M Mobiliteit en openbare werken (150 miljoen euro) 0 3.000
Q Riolen (50 miljoen euro) 0 0
Q Asbestafbouw 10.000 1.000
Q Droogteprojecten (4 miljoen euro) 4.000 400
Recurrent bijkomend beleid (11.2) 578.800 578.800
D Brexit, Vlaamse Statistische Autoriteit, IT 2.000 2.000
E Onderzoek en Ontwikkeling 280.000 280.000
Sterke kennisinstellingen met excellent onderzoek 75.000 75.000
Versterken van het kennisgedreven karakter van de economie 97.000 97.000
Focus op bedrijfsgericht innoveren en valoriseren 76.500 76.500
Betrokkenheid van KMO’s en kennisdiffusie naar KMO’s verhogen 18.000 18.000
Versterken van het maatschappelijk draagvlak voor wetenschap en technologie 10.500 10.500
Onderzoek en Ontwikkeling – Andere 3.000 3.000
F Ondersteuning directeurs basisonderwijs 20.000 20.000
F Ziekenhuisscholen 800 800
F Overige onderwijs 5.000 5.000
G Welzijn 200.000 200.000
Flexibilisering gezinszorg 2.000 2.000
Jongerenwelzijn 23.500 23.500
Kinderopvang 37.000 37.000
Overige binnen Welzijn 5.500 5.500
Revalidatieconventies 5.000 5.000
VAPH 100.000 100.000
Welzijnswerk 5.000 5.000
Woonzorgcentra 22.000 22.000
H Cultureel Erfgoed 9.600 9.600
H Topsport 1.000 1.000
J Sociale economie 10.000 10.000
J Overige Werk 5.000 5.000
M Aankoop Groene Bussen (De Lijn) 5.000 5.000
M Hinterlandconnectiviteit 5.000 5.000
M Werkingstoelage De Werkvennootschap 5.000 5.000
P Vlaams Brusselfonds 400 400
Q Aangepaste tegemoetkomingen huurprijs voor woonbehoeftige huurders 20.000 20.000
Q Instandhoudingsdoelstellingen 10.000 10.000
Eenmalige beleidsimpulsen (11.3) 85.800 85.800
D Brexit, FIT, IT 2.000 2.000
F Werkingsmiddelen kleuteronderwijs 10.000 10.000
F Werkingsmiddelen basisonderwijs 10.000 10.000
F Werkingsmiddelen nijverheidsscholen 5.000 5.000
H IT-investeringen sport 2.000 2.000
J Investeringsoproep sociale economie 6.000 6.000
M Aankoop Groene Bussen (De Lijn) 9.000 9.000
M Onteigeningen ikv Spartactus 12.000 12.000
P Herstructurering Agentschap I&I 3.000 3.000
P Agentschap Facilitair Beleid 2.000 2.000
P DAB Overheidspersoneel 1.000 1.000
P Oproep sociale infrastructuur stedenbeleid 6.000 6.000
Q Asbestafbouw directe uitgaven 2.800 2.800
Q Vlaamse BTW-korting voor sloop- en heropbouwkorting 15.000 15.000
Saldo evenwichtsdoelstelling (12 = 10-11) 30
Vorderingensaldo 2019 BO (13 = 12-9) -134.783

DE ECONOMISCHE OMGEVING

Bij de raming van de middelen waarover Vlaanderen kan beschikken, spelen de inflatie (CPI) en de economische groei (bbp) een belangrijke rol.

BBP groei

Groeiverwachtingen Vlaanderen, België en de belangrijkste handelspartners

De groei van de Vlaamse economie (regionale indicator) zou volgens het Federaal Planbureau op basis van HERMREG – update per juli 2018[1] voor 2018 en 2019 uitkomen op respectievelijk 1,8% en 1,7%. Vlaanderen zou met deze voorspellingen beter presteren dan het Belgische gemiddelde (+1,6% en +1,6%) volgens de HERMREG-projecties[2], en zou in 2018 0,5pp en 0,2pp meer groei kennen dan respectievelijk het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en het Waalse Gewest en 0,4pp en 0,3pp in 2019.

De groeiverwachtingen voor Vlaanderen en België liggen lager dan de gemiddelde groeiverwachtingen voor de Eurozone: voor 2018 en 2019 respectievelijk 2,2% en 2%, cfr. IMF.

Tabel 2‑1: groeiverwachtingen 2018-2019

Realisaties Vooruitzichten
Europese Commissie OECD IMF Planbureau
2015 2016 2017 2018 2019 2018 2019 2018 2019 2018 2019
België 1,,4 1,,5 1,,7 1,,8 1,,7 1,7 1,7 1,6 1,5 1,6 1,6
Vlaanderen 1,8 1,4 1,9 x x x x x x 1,8 1,7
Brussels Hoofdstedelijk Gewest 0,9 1,1 1,2 x x x x x x 1,3 1,3
Waals Gewest 0,9 1,9 1,7 x x x x x x 1,6 1,4
Nederland 2,3 2,1 3,3 2,9 2,5 3,3 3 2,6 1,9 x x
Duitsland 1,5 1,9 2,5 2,3 2 2,1 2,1 1,8 1,5 x x
Frankrijk 1 1,1 2,3 2 1,8 1,9 1,9 1,9 1,9 x x
Eurozone 2 1,8 2,6 2,3 2 2,2 2,1 2,2 2 x x
VK 2,4 1,9 1,8 1,4 1,1 1,4 1,3 1,5 1,5 x x

Bron: Federaal Planbureau, OECD, IMF en Europese Commissie, samenstelling EWI

Ook in vergelijking met Nederland en Duitsland, tevens belangrijke handelspartners, liggen de Vlaamse en Belgische groeivoorspellingen beduidend lager.

De neerwaartse groeiverwachtingen van het Verenigd Koninkrijk zijn te verklaren door de Brexit. De daarmee gepaard gaande onzekerheid[3] wordt verwacht een impact te hebben op de Belgische en Vlaamse economie[4]. De onzekere uitkomst van de onderhandelingen tussen het VK en de Europese Unie, maakt dat de projecties met enige voorzichtigheid geïnterpreteerd dienen te worden, aangezien deze nog veelal uitgaan van een ongewijzigde situatie in de handelsvoorwaarden.

Risico’s voor de Vlaamse en Belgische groei

Als kleine en zeer open economie is België en bij verlenging Vlaanderen, zeer gevoelig voor internationale ontwikkelingen.

Naast de Brexit, dient in dat verband ook rekening gehouden te worden met de enorme schuldgroei in China, die mogelijk kan leiden tot een schuldencrisis en een sterkere groeivertraging. Ook de wisselkoersevolutie van de Euro vormt een potentieel risico, aangezien dit een negatief effect kan hebben op de internationale concurrentiepositie van de Eurozone. Belangrijke internationale gebeurtenissen kunnen een effect hebben op de wereldhandel en protectionistische tendensen, en de daaraan verbonden reacties, kunnen de gunstige evolutie in de groei van de wereldeconomie mogelijk verzwakken. Ook evoluties op de financiële markten kunnen risico’s vormen voor de Belgische en Vlaamse economie. Een verstrakking van het monetaire beleid kan leiden tot nervositeit op de financiële markten en de rentevoetverschillen binnen de Eurozone aanwakkeren. Tot slot leiden zekere geopolitieke tendensen naar een toegenomen onzekerheid, die mogelijk in de toekomst ook een effect kan hebben op de economische prestaties.

Inflatie

Figuur 2‑1: Prijsevoluties België

 

Bron: voorstelling EWI op basis van Federaal Planbureau (2018)

2016 werd gekenmerkt door een sterke versnelling van de inflatie. In 2017 koelde de onderliggende inflatie sterk af onder invloed van het effect van de genomen maatregelen inzake de energieheffing in de index. Sterk gestegen olieprijzen leidden ertoe dat de totale inflatie voor 2017 uiteindelijk nog uitkwam op 2,1%.

Door een verwachte stabilisatie van de olieprijzen in 2018, gecombineerd met de effecten van het wegvallen van de Vlaamse bijdrage aan het Energiefonds, zou de inflatie uitkomen op 2% voor 2018[5] en verder licht dalen naar 1,9% in 2019. In augustus 2018 werd, zoals verwacht in de voorjaarsupdate, de spilindex voor de overheidswedden en sociale uitkeringen overschreden, wat leidde tot een stijging van de uitkeringen in september 2018 en van de overheidslonen in oktober 2018. Volgens de maandvooruitzichten voor de gezondheidsindex van het Planbureau, zoals begin september gepubliceerd, zou de volgende overschrijding van de spilindex door de afgevlakte gezondheidsindex plaatsvinden in december 2019. Als gevolg daarvan zouden de sociale uitkeringen in januari 2020 en de wedden van het overheidspersoneel in februari 2020 met 2% aangepast worden aan de gestegen levensduurte[6].

Renteontwikkelingen

Wanneer gekeken wordt naar de interbancaire en lineaire obligatierentevoeten en hun verwachte evolutie, krijgen we een indicatie over de richting waarin de algemene rentevoeten de komende jaren zullen evolueren. Zoals onderstaande grafiek weergeeft, werd 2016 gekenmerkt door een (lokaal) dieptepunt in zowel de OLO als Euribor rentevoeten. De Euribor (3 maanden) rentevoet werd in 2016 zelfs negatief (tot -0,3%) en er wordt voor 2017 en 2018 verwacht dat deze nog op dit niveau zal blijven, zij het dan wel iets minder uitgesproken negatief. Concreet is de verwachting met betrekking tot de Euribor (3 maanden) -0,2% in 2019. Gezien het belang van de Euribor als referentie-rentevoet voor leningen, obligaties, etc.… suggereert deze evolutie een zekere stabiliteit wat betreft die markten voor het komende jaar.

Figuur 2‑2: Overzicht van de KT (Euribor) en LT rentes (OLO) (in %)

Bron: voorstelling EWI op basis van Euribor-rates.eu en Federaal Planbureau

Van de OLO-rente op 10 jaar wordt verwacht dat deze in 2018 op 0,7% zal blijven, maar in de loop van 2019 zal stijgen tot 0,8%. Dit is een indicatie dat de (middellange) termijnfinanciering van de overheid mogelijk iets duurder zal worden de komende jaren in vergelijking met 2017 en 2018.

DE MIDDELENBEGROTING

Totale middelen

Tabel 3‑1 geeft in grote rubrieken een overzicht van de ESR-ontvangsten voor het begrotingsjaar 2019.

De raming van de bruto aanvullende belasting op de personenbelasting (opcentiemen) is net zoals bij de begrotingsaanpassing 2018 gebaseerd op de HRF-methode en vertrekt van de basisgegevens inzake bruto-opcentiemen en fiscale uitgaven voor de aanslagjaren 2017 tot en met 2019 die door de FOD Financiën op 14 september 2018 ter beschikking werden gesteld van de gewesten en gemeenschappen. De raming van de FOD Financiën van de bruto-opcentiemen voor de aanslagjaren 2018 en 2019 is gebaseerd op de kohieren van het aanslagjaar 2017, en de regionale opdeling daarvan. De gewone aanslagtermijn met betrekking tot het aanslagjaar 2017 is immers per 30 juni 2018 verstreken waardoor de realisatiecijfers van het laatstbedoelde aanslagjaar beschikbaar zijn.

Tabel 3‑1: Grote rubrieken van de ESR-ontvangsten (in duizend euro)

REAL 2017 BA 2018 BO 2019 BO – BA BO – BA (%)
Bruto aanvullende belasting op de PB 7.760.503 7.604.701 7.822.658 217.957 2,9%
Gewestmiddelen BFW 2.242.214 2.415.031 2.499.078 84.047 3,5%
Gemeenschapsmiddelen BFW 21.716.378 22.458.458 23.247.052 788.594 3,5%
Herrekening 2018 -1.005.074 0 1.005.074 -100,0%
Specifieke dotaties BFW 87.126 88.280 98.586 10.305 11,7%
Gewestelijke belastingen 6.320.986 6.556.570 6.758.808 202.238 3,1%
Eigen niet-fiscale, toegewezen ontvangsten 711.864 500.531 531.579 31.048 6,2%
Eigen niet-fiscale, niet toegewezen ontvangsten 242.482 204.566 201.863 -2.703 -1,3%
Lotto gelden 30.079 30.099 30.155 56 0,2%
Instellingen consolidatiekring 3.734.709 3.772.239 3.906.275 134.036 3,6%
TOTAAL 42.846.341 42.625.400 45.096.053 2.470.652 5,8%
w.o. bijdrage pendeldotatie -27.604 0 0 0
w.o. bijdrage sanering globale overheidsfinanciën -1.594.023 -1.639.606 -1.689.997 -50.391
w.o. bijdrage vergrijzingskost -29.260 -79.806 -110.739 -30.933
w.o. responsabiliseringsbijdrage -103.099 -112.417 -121.735 -9.318
Totaal bijdragen -1.753.986 -1.831.829 -1.922.471 -90.642

Voor het begrotingsjaar 2019 worden de ESR gecorrigeerde ontvangsten op 45,1 miljard euro begroot. Dat is 2,5 miljard euro of 5,8% meer dan bij de begrotingsaanpassing 2018. De toename wordt in belangrijke mate veroorzaakt door het wegvallen van de (in de bijzondere financieringswet voorziene) herziening van de autonomiefactor en van de toelage voor fiscale uitgaven ten belope van 1 miljard euro. Zonder de herrekening 2018 zou er een toename van de ontvangsten worden opgetekend van 1,5 miljard euro.

Figuur 3-1 toont het relatieve aandeel van de inkomsten ten opzichte van de totale middelen. Uit deze figuur blijkt dat de Vlaamse opcentiemen 17% vertegenwoordigen van de Vlaamse (ESR-gecorrigeerde) ontvangsten. Het belang van de gewestbelastingen bedraagt 15%.

Figuur 3‑1: Grote rubrieken van de ESR-ontvangsten, BO 2019